De vluchtigheid van het alledaagse

Over mijn boeken

Elk jaar maak ik 1 boek. Ik heb een voorkeur voor sequenties. Het zijn fysieke verzamelingen of verzamelingen in de tijd. Het boek geeft mij de mogelijkheid om deze verzamelingen ritmisch te ordenen. Ik zie het boek als een dans, met al dan niet een spanningsboog.  
Ik hou van de tactiliteit van papier. Soms is het papier onderdeel van het concept. Zo gebruikte ik in Collection 1 verschillende papiersoorten en papierdiktes en in Arcadia is de inhoud van het werk vertaald in de wijze waarop het papier gevouwen is. Voor Wallpaper heb ik zelf papier gemaakt, dat ik bedrukt en gefotografeerd heb.
De eerste twee boeken (Monochrome en Sequences) heb ik samen met een vormgeefster geproduceerd. Deze boeken heb ik ook laten drukken. De boeken die volgde heb ik zelf ontworpen; een vormgever voegt toch iets toe aan het werk en dat was niet wat ik uiteindelijk wilde. Ook ben ik de boeken zelf gaan maken. Het handwerk past bij de inhoud van mijn werk. 
Het boek geeft mij vrijheid; ik kan alles zelf beslissen en ik hoef met niets en niemand rekening te houden.

Uit tekst bij de presentatie van mijn boeken bij ArtisBoook in Groningen, november/december 2020:

Bartels haar werk past binnen een trend die weer sterk in opkomst is. Het gaat hier om een nauwe relatie tussen het kunstwerk en de verzameling. Deze ‘kunstenaars-collectioneurs’ maken presentaties die bestaan uit alledaagse objecten die op een eigen manier worden geordend en gearchiveerd; de objecten worden uit hun context gehaald en in een nieuw systeem geplaatst met een andere hiërarchie. Dit begon allemaal met Ed Ruscha in 1963 en vervolgens met Hans-Peter Feldmann, Annette Messager, Sol Lewitt, herman de vries en Christian Boltanski. Je ziet het de laatste jaren naast het werk van Bartels ook terugkomen in werken van onder andere Anne Geene, Martin Brandsma, Vibeke Mascini en Luuk Wilmering. Deze kunstenaars onderzoeken, experimenteren en bevragen bestaande betekenissen. Ze onderzoeken hoe de omgeving wordt ervaren en vanuit welk perspectief er wordt gekeken.

Monochroom (2013) 
Monochroom is  een complete tentoonstelling in een boek. Elk hoofdstuk heeft een unieke focus. Brood, maar niet zoals je het normaal gesproken ziet. Vlees, maar niet zoals je het ooit hebt gezien. Buiten, maar niet zoals je het normaal gesproken ziet. Door het gebruik van fotografie en kleur wordt de dagelijkse routine een ding van intrige. Bartels begon aan een reis om ‘niets’ te ontdekken. Niets vastleggen is haar ultieme doel. Haar zoektocht heeft haar ertoe gebracht het over het hoofd geziene te onderzoeken en te versterken. Zo wordt niets iets.

Sequences (2014)
Sequences bestaat uit 3 aparte bundels in een map: ‘One week’, ‘100 days’ en ‘12 going to 13’. ‘One week’ is een conceptuele, speelse zoektocht naar de manier waarop Bartels een bepaalde tijd, object of handeling associeert met een bepaalde kleur. Steeds worden eerst de momenten en de duur ervan omschreven, inclusief een schematische opstelling van deze genummerde activiteiten, en vervolgens wordt datzelfde schema op de volgende pagina naar kleurvlakken ‘vertaald’. Bartels fotografeerde ook 100 dagen een plant in haar tuin. Dat wil zeggen, we zien een repetitie van ‘close up’ gefotografeerde bladeren die vervolgens verwerkt zijn in ‘grids’. Met de titel ‘100 days’ verwijst Bartels naar de traditie waarin CEO’s in het bedrijfsleven doorgaans in honderd dagen hun invloed moeten laten gelden. Of, zoals ze het zelf omschrijft: “Het werk gaat over de druk die we onszelf opleggen om op korte termijn te presteren”. De bijgevoegde tekst leert dat het hier gaat om een conceptuele vertaling van een idee: de beelden zijn aan de bovenzijde zo gesneden dat ze corresponderen met het verloop van de AEX index. In ‘12 going to 13’, tenslotte, portretteert Bartels de vanuit emotioneel oogpunt ‘waardevolle’ spullen van haar twaalfjarige zoon. Het gaat haar dan specifiek om de relativiteit van die waarde: over een jaar is hij wellicht in heel andere zaken geïnteresseerd.

Collection #1 (2015) en The Complete Collection (2016)
Over de uitgave Collection #1 zegt Bartels: “Ken je dat gevoel, van toen je klein was: dat je heel gelukkig bent, en ineens slaat de angst je om je hart dat een van je ouders doodgaat en dat je al dat geluk kwijtraakt? Dat gevoel had ik vorig jaar: dat de dood een einde zou maken aan mijn geluk. Mijn eigen dood. Of die van mijn man. En ik dacht: als je er niet meer bent, blijven je kleren over. Persoonlijke afdrukken van jezelf, stoffen die naar je lichaam zijn gaan staan, waar je geur in blijft hangen. En die moet dan iemand dan gaan opruimen. En zo ontstond het idee van Collection. Maar toen werd mijn man ernstig ziek. Ik moest doorgaan met mijn boek, zei hij meteen, en dat heb ik gedaan. Na deze uitgave volgde The Complete Collection (2016). Hij was zo ziek. Het ziekenhuis had het zo goed als opgegeven. Ik ging twee of soms drie keer per dag. Het was zomer 2015 en ongelooflijk heet. Ik kleedde me elke dag in mijn mooiste kleren. Mijn collectie bestaat uit 469 items. 148 winter en 176 zomer. De rest is ondergoed. Het overgrote deel komt uit China. Ik weet het precieze aantal niet, maar het is ongeveer 19%. Ik besefte ineens hoeveel van deze kleding komt uit landen waar kinderarbeid bestaat. Zelfs als ik weet dat het kledingstuk ethisch is vervaardigd, hoe zit het dan met het doek, de kleurstof, de voering?”

Arcadia (2017)
Het verwilderde landje naast mijn huis werd in 2014 verkocht aan twee zelfbouwers. Eén bouwde zijn droomhuis in 1 jaar. De ander is nog steeds niet klaar. Ik volgde het proces vanaf 2015 en legde het resultaat vast in het boek Arcadia.Deze publicatiegaat over ambitie en de onmogelijkheid om die te realiseren; het gevoel dat het nooit gaat lukken en misschien ook nooit meer goed komt. Arcadia bevat drie delen: 2015, 2016 en 2017. Iedere deel bestaat uit losse vellen. Hoe verder in de tijd, hoe meer de wanhoop toeslaat, hoe ingewikkelder de vouwwijze van de vellen, waaruit de delen zijn samengesteld.

Wallpaper (2018)
“Ik eet een zak M&M’s leeg en denk na over ornamenten. Als je goed kijkt zie je ze overal: op kastjes, stoelen, deuren, op raamkozijnen en als bloemmotieven op behang en op kleding. De lijst is bijna oneindig. Waarom zijn ze er? Wie vindt ze mooi? Tijdens mijn tweede jaar op de academie ging ik naar een portfolio bijeenkomst en liet mijn op school bejubelde fotowerk door een wildvreemde becommentariëren. Volgens de organisatie was de grap van deze bijeenkomst dat de reviewer een mystery guest was. Onherkenbaar in doeken gewikkeld gaf ze commentaar en vroeg mij: “Wat is de noodzaak? Een vraag die mij sindsdien altijd bezig gehouden heeft”. In haar zoektocht naar de noodzaak van ornamenten en bloemmotieven raadpleegde Bartels diverse bronnen. “Kunst is versiering; het is verworden tot iets moois voor boven de bank. Het is de buitenkant die telt. Peter Sellars (theaterregisseur) zegt het al in een interview in het FD van 1998: ‘Wanneer niets ons meer raakt, wanneer alles afglijdt langs de buitenkant, verliezen we het vermogen om onderscheid te maken. Het is een van de grootste kwalen van deze tijd, dat we gefixeerd zijn op de buitenkant’.”

Millefleurs (2019) 
“De titel Millefleurs verwijst naar een dessin van bloemen dat in de Middeleeuwen werd gebruikt voor wandkleden. Deze wandkleden hadden twee doelen: decoratie en isolatie. De opkomst van het behang in de 18de eeuw maakte de wandkleden uiteindelijk overbodig. Mijn ‘Millefleurs’ zijn sjaals, die als hoofdthema suburbia hebben. Suburbia is mijn thuis. Eind jaren vijftig werd in mijn geboorteplaats een nieuwe wijk aangelegd, waarin een huis voor ons gebouwd werd. Het waren vrije huizen met een tuin, een oprit en een garage. In diezelfde periode werden in mijn huidige woonplaats de tuinsteden ontwikkeld. Ruimte, groen, water en speeltuintjes maakten deze buitenwijken bijzonder. Het moderne gezin woonde er. Advertenties uit die tijd prijzen de allernieuwste huishoudelijke apparatuur aan. Het was een nieuwe tijd. Een tijd van vooruitgang. Hier begon de moderne consumptiemaatschappij. In mijn herinnering zijn in suburbia de luchten blauw en de huizen in aanbouw. Alles wat nieuw is, wordt omarmd. De toekomst wordt gevierd. De bedreiging wordt buitengesloten. Wat betreft de vorm. Het grid en de sequentie gebruik ik vaak. Wanneer je het grid over een foto legt, heb je een sequentie in één foto. Het wordt zo een dessin. In Millefleurs heb ik een foto van het uitzicht op mijn buren als achtergrond gebruikt. Deze foto is de laatste in een reeks. De eerdere foto’s zijn gebundeld in Arcadia (2017)”.

In 2019 maakte Bartels ook nog Le mer (2019). Met deze uitgave viert Bartels de zomervakantie in Frankrijk met de locaties Adéodat Vasseurlaan in Quend Plage (2016) en de kust bij Ploemeur (2018).

The garden, the yard and me (2020)
Dit boek gaat over abstractie, taal en het onvermogen om de geschiedenis te beïnvloeden. Tijdens de Corona epidemie sloot Bartels zich noodgedwongen op in haar huis en tuin en begon ze aan dit boek te werken. Zij fotografeerde planten en gebruikte deze voor het maken van papier, dat zij vervolgens kleurde met bessen en vruchten uit de tuin. Het resultaat fotografeerde ze en verwerkte ze in grids. Zo ontstonden abstracte beelden. Zelf zegt zij daarover: “Ik vroeg me af waar deze abstracties vandaan komen. Was het de onwerkelijkheid van de hele situatie of was ik gewoon moe van al die stemmen die schreeuwden om gehoord te worden? Ik denk dat het het laatste was en nu zie ik deze beelden als een tijdelijke check-out.